|
| Foto: Bart COLSON - Zwevegem |
|
Explosieve
expressie over verrijzenis heen
Beeldhouwer
en binnenhuisarchitect Bart Bogaert (°1966) uit Denderhoutem was de eerste binnenhuisarchitect in Vlaanderen die opdrachten kreeg voor de herinrichting van liturgische ruimten. Na de kerk van Sint-Maria-Lierde in 1996-1997 kwamen de Sint-Martinuskerk in Sint-Martens-Lierde en de Sint-Janskerk in Hemelveerdegem aan de beurt. Daarnaast ontwierp Bogaert ook liturgisch meubilair voor de kapellen van de Indigogemeenschap Brugge en de Arrupegemeenschap van de jezuïeten in Brussel; de Sint-Amanduskerk in Denderleeuw; en de Sint-Amanduskerk in Denderhoutem. ,,De combinatie van binnenhuisarchitectuur en beeldhouwen biedt veel voordelen,’’ onderstreept Bogaert. ,,Als binnenhuisarchitect leerde ik kijken naar de ruimte als een organisch geheel, terwijl ik vanuit mijn beeldhouwwerk volplastisch leerde denken.’’ |
vergulde paaskaars rozenknop |
|
Enkele
gedachten bij het kunstwerk ' In Spiritum vivificantem '
1. Ons vertrekpunt was : een werk dat onze parochie kan inspireren in een welbepaalde richting : nl. een doorbraak dank zij en nà de verrijzenis , het vuur van de Geest dat van binnenuit de nieuwe mens opbouwt , de mens naar Gods hart die onweerstaanbaar zich manifesteert na de verrijzenis.En van Wie we blijven getuigen, en Die wij blijven vieren en gedenken.De nieuwe Adam : eersteling van een nieuwe wereld naar Gods hart : het Rijk der hemelen. 2. Kerk-zijn betekent geen veilig ommuurde gemeenschap. Van buitenaf dringt Christus binnen in ons samenzijn, Hij breekt de kerkruimte open naar de wijde wereld met al die anderen toe. Hij komt door onze muren en structuren heen. Hij is altijd de verrassend komende, de toe-komende. Gedreven zoals het koper waaruit hij gemaakt is, door het heilige vuur van binnenuit bezield, zo breekt een nieuwe pinkstergestalte door : het vuur zet in vlam maar vernietigt niet, behalve het kruis (lijden, onrecht) dat niettemin fundamenteel aan de basis ligt van die nieuwe wereld na de verrijzenis. Geen Pasen zonder Goede Vrijdag. 3. Wij leven in het tijdperk van de Geest , die ons drijft en doortrekt, en ons nieuwe ogen, oren, neus en mond geeft. Die ons op-tuigt om heel anders de zin van alles te doorgronden, met nieuwe zin-tuigen. Bv. Een oog dat ver ziet en voorziet, een oog dat naar binnen schouwt en diep kijkt, een mond die durft spreken, zingen, getuigen, opkomen voor anderen, oren die kunnen sterk luisteren naar ' alles wat een taal spreekt dat leeft ' enz. 4. De grote dragende hand biedt heel vrij-latend het vuur van de Geest aan waarin bovendien zeven bloemknoppen zich openen : 7 gaven van de Geest, 7 sacramenten , 7 dagen altijd weer. Diezelfde hand draagt het Paaslicht (paaskaars) met de Alfa en Omega : God-van-kop-tot-teen , van aanvang-tot-einde, die zich waagt in onze handen, in onze over-dracht , onze traditie . Wij staan geschreven in de palm van Gods hand. 5. Het
kunstwerk is concreet genoeg om onmiddellijk iets te laten vatten van de
symboliek, en het is suggestief genoeg om je voortdurend op
nieuwe associaties te brengen : het steekt vol bijbelse,
liturgische en kerkelijke resonanties en consonanties. 6. Geloven is oog krijgen voor een nieuw perspectief, durven denken uit een andere hoek, niet indommelen in de routine van het bekende en de stereotypie. Nieuwe wijn moet in nieuwe zakken... |
|
Bart
Bogaert over zijn sculptuur :
Enkele instappen en sleutels voor het werk. De sculptuur is nu gerealiseerd. Ik beschouw mezelf niet meer als wandelaar, mijn werk is af. Mijn tocht is beëindigd. Ik zit nu langs de weg en kijk en praat met jullie mee, de nieuwe wandelaars. Want een kunstwerk wordt pas voltooid in de openbaarheid, in de aandacht die het door jullie beschouwingen kan krijgen. Jullie ervaringen, jullie interpretaties en inzichten, wil ik in-sluiten om tot een vollediger beeld te komen van wat dit werk ons kan vertellen. Ik wil jullie wel enkele sleutels en instappen voor het werk mee geven maar dit is slechts een 'smalle' versie: 1. In deze kerk met een symmetrische boog-architectuur, hebben we ervoor gekozen een diagonale compositie binnen te brengen, een soort van dwarsligger2. We gebruiken niet één wand maar 2 wanden, waardoor we het volume van de architectuur vervlechten met het volume van de sculptuur en waardoor we ook dit zelfde volume visueel openbreken, doorbreken 3. 'Vuur' heb ik gebruikt als vormtaal en dit zit verwerkt in het hoofdhaar/ de hand/ de vuurmassa/ de balken/ de kaars 4. De figuratie treedt uit die architecturale vaste massa, als een soort van opstaan uit vaste/structurele vormen 5. Het hoofd heeft 7 gaten (spreken, ruiken, zien, horen), het vuur heeft 7 vergulde vuur-knoppen, roze-knoppen 6. Eén oog kijkt naar buiten (naar de wereld), één oog kijkt naar binnen (in zichzelf) 7. Tussen het schouwende-denken (hoofd) en de dienende-daad (hand) ligt de leegte van de witte wand met in de diepte het levend-voelende (hart) op diezelfde plek wordt het geheel belicht met de brandende kaars 8. De zwart geblakerde balken hebben een gave kern/ de witte wassen kaars heeft een zwarte lont in haar kern 9. Het kruis is gekraakt, staat in tegenbeeld met het Paaskruis, de balken als krachtlijnen voor hoofd, 2 armen en het corpus zijn als een abstracte herneming van het Christusbeeld van de rechter zijde 10. Misschien nog wel het belangrijkste is de figuur die uitdrukking geeft aan een moment van inzicht in innerlijke waarheden van het leven, in redenen van bestaan, in zin van dagelijks leven, in het wezen van zijn. |
|
|